KIA en investeringen binnen en buiten maatschapsverband

Gepubliceerd op:

18 januari 2018


Deel dit bericht:

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) is een regeling die is bedoeld om investeringen van relatief geringe omvang in bedrijfsmiddelen van een onderneming te stimuleren. Wanneer een onderneming onderdeel is van een samenwerkingsverband wordt voor de berekening van de toe te kennen KIA uitgegaan van het investeringsbedrag van het samenwerkingsverband. Vervolgens wordt aan ieder onderdeel van het samenwerkingsverband een deel van de berekende KIA toegerekend. Per 1 januari 2010 is de regeling gewijzigd en wordt de hoogte van de KIA niet meer uitsluitend bepaald aan de hand van een percentage van het investeringsbedrag. Er geldt een vast bedrag aan KIA voor investeringsbedragen binnen de derde schijf. Bij deze wijziging is de rekenregel voor investeringen van een samenwerkingsverband en eventuele buitenvennootschappelijke investeringen van een lid van het samenwerkingsverband niet aangepast.

Hof Den Bosch heeft onlangs moeten oordelen over het bedrag aan KIA waarop een lid van een maatschap recht had. Het totaalbedrag van de investeringen van de maatschap en in buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen van het lid van de maatschap lag tussen de in 2013 geldende grensbedragen van de derde schijf van € 55.248 en € 102.311. Op basis daarvan claimde het lid van de maatschap een bedrag aan KIA van € 15.470. Dat was gelijk aan het in de derde schijf geldende vaste bedrag. De inspecteur hanteerde een afwijkende rekenmethode. Hij deelde het bedrag aan KIA van € 15.470 door het totaal aan investeringen in vennootschappelijk en buitenvennootschappelijk vermogen van € 97.032. Dat kwam uit op 15,94% van de totale investeringen. Van de investeringen van de maatschap rekende de inspecteur 1/6 deel toe aan iedere maat. De investeringen van deze maat bedroegen in totaal € 63.268. Over dat bedrag kende de inspecteur 15,94% KIA toe. Dat kwam uit op een bedrag van € 10.085.

Volgens de inspecteur was zijn berekeningswijze juist, gelet op doel en strekking van de wet. Het hof deelde deze opvatting niet. Het hof rekende voor dat de andere leden van het samenwerkingsverband, veronderstellende dat zij geen andere investeringen hebben gedaan, ieder recht op € 1.891 aan KIA hadden (1/6 maal € 40.517 maal 28%). Het totaalbedrag aan KIA voor de overige vijf maten kwam daarmee op € 9.455. Dat bedrag opgeteld bij het bedrag aan KIA waarop de zesde maat recht had volgens de berekening van de inspecteur, zou leiden tot een hoger totaal genoten bedrag aan KIA dan het bij de totale investeringen behorende bedrag van € 15.470. Daarmee klopte de redenering van de inspecteur, dat over het totaal geïnvesteerde bedrag niet meer KIA kon worden geclaimd dan € 15.470, niet. De rekenregel, die de inspecteur hanteerde, vindt geen steun in de wettekst of in de wetsgeschiedenis.

Overige nieuwsberichten

14 december 2018

Jouw 'gratis' retourzending is niet zo gratis als je misschien denkt

Black Friday en Sinterklaas zijn net geweest en Kerst komt er nog aan. Dat betekent topdrukte in pakjesland: bestellen, passen, inpakken en vooral ook...

Verder lezen

14 december 2018

'Afhankelijk zijn van het inkomen van mijn man is voor mij geen optie'

"Een kind krijgen is voor mij geen reden om te stoppen met werken", zegt de zwangere Hilde Roodvoets. Het is voor haar financieel gezien voordelig om ...

Verder lezen

14 december 2018

Kabinet gaat nu ook uit van minder economische groei

Minister Hoekstra erkent dat de economische groei volgend jaar waarschijnlijk lager uitpakt dan het kabinet op Prinsjesdag voorspelde. "We gingen uit ...

Verder lezen

We horen graag van je!

Contact