WW na betaalde zorg voor moeder?

18 juni 2021

Een dochter neemt tegen betaling vanuit het persoonsgebonden budget de persoonlijke verzorging van haar hoogbejaarde moeder op zich. Ze sluiten een Zorgovereenkomst met een partner of familielid, volgens het model van de SVB. Moeder sluit ook met derden zorgovereenkomsten. De dochter werkt uiteindelijk vijf dagen en 40 uur per week op vaste tijden. Na overlijden van moeder vraagt de dochter een WW-uitkering aan. Die wordt geweigerd.

De SVB heeft voor moeder de loonadministratie verzorgd. De SVB heeft daarbij op de beloning van de dochter geen premies werknemersverzekeringen ingehouden.

De vraag is of de dochter voor de PGB-werkzaamheden in een privaatrechtelijke dienstbetrekking tot haar moeder stond. Het verschil van mening tussen de dochter en de Belastingdienst gaat over de daartoe vereiste gezagsverhouding.

Gezagsverhouding in familierelatie
Een familierelatie betekent volgens de rechter niet dat er geen sprake is van een gezagsverhouding. Het gaat erom of degene die arbeid verricht aan een zeker gezag is onderworpen van de wederpartij en dat laatstgenoemde bevoegd is om opdrachten en instructies te geven en om controle uit te oefenen op de voortgang en de resultaten van de werkzaamheden.

Toetsing
De dochter had aanvankelijk een contract voor variabele uren. Maar haar moeder wilde op vaste tijden geholpen worden. Dat is vervolgens enkele malen in gewijzigde zorgovereenkomsten vastgelegd. Volgens de rechter zijn deze wijzigingen het gevolg van de instructies en de aanwijzingen van moeder, wat duidt op een gezagsverhouding tussen haar en de dochter. De rechter is van  mening dat moeder en dochter de intentie hadden om een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst met elkaar aan te gaan.

In de praktische uitvoering van die overeenkomst was er kwaliteitscontrole door de professionele hulpverlener van moeder en werd de dochter zo nodig aangesproken op haar functioneren. Als moeder deze zorgovereenkomsten niet met haar dochter maar met een derde zou afsluiten, zou sprake zijn van een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst.

Daarom oordeelt de rechter dat inderdaad sprake is van een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst tussen moeder en dochter.

Conclusie
De dochter kan aanspraak maken op een WW-uitkering.

Tip: Omdat het element gezagsverhouding vaak onvoldoende aannemelijk gemaakt kan worden, wordt in een familierelatie een arbeidsovereenkomst niet snel aangenomen. Maar het kan wel. Laat u goed adviseren over wat nodig is om het element gezagsverhouding daadwerkelijk inhoud te geven.   

Verder lezen

Alle nieuwsberichten

18 juni 2021

WW na betaalde zorg voor moeder?

Een dochter neemt tegen betaling vanuit het persoonsgebonden budget de persoonlijke verzorging van haar hoogbejaarde moeder op zich. Ze sluiten een Zo...

Verder lezen

2 juni 2021

Corona: aanvragen bijzonder uitstel van betaling stopt

Bent u ondernemer en heeft uw bedrijf betalingsproblemen door de coronacrisis? Dan kunt u nog tot en met 30 juni 2021 bijzonder uitstel van betaling a...

Verder lezen

2 juni 2021

Corona: maatregelen derde kwartaal 2021

Het financiële steunpakket voor ondernemers die getroffen zijn door de coronamaatregelen wordt verlengd met drie maanden (juli t/m september 2021...

Verder lezen

2 juni 2021

Corona: TVL startende ondernemingen

Hebt u zich in de periode 1 oktober 2019 tot en met 30 juni 2020 nieuw ingeschreven in het Handelsregister van KVK? Dan hebt u misschien recht op coro...

Verder lezen

2 juni 2021

Corona: belastingmaatregelen per 1 juli 2021

Sinds de uitbraak van het coronavirus heeft het kabinet fiscale maatregelen ingevoerd om bedrijven en burgers te ondersteunen. Veel van deze maatregel...

Verder lezen

1 juni 2021

Mededeling einde contract via MS Teams

Een junior marketeer met een jaarcontract meldt zich na negen maanden ziek. Zes weken later krijgt hij tijdens een MS teams-meeting te horen dat zijn ...

Verder lezen
1 2 3 4 387

We horen graag van je!

Contact